home nieuwe editie surinoemer archief prikbord contact

Surinoemer_05

de SURINOEMER

3e jaargang / No. 3 / 11 november 2009

 

PARAMARIBO - De Surinoemer is een gratis onafhankelijk nieuwsblad dat onregelmatig verschijnt. Het doel van de Surinoemer is (een deel van) de culturele interacties tussen Paramaribo en Rotterdam, die in november 2007 zijn begonnen en tot 2010 zullen voortduren, onder één noemer te brengen. In het kader van het uitwisselingsproject ArtRoPa, geïnitieerd door het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam, wonen en werken Rotterdamse kunstenaars een periode in Paramaribo en reizen beeldend kunstenaars uit Paramaribo naar Rotterdam om op hun beurt daar voor een werkperiode te verblijven. De Surinoemer is een open podium met een nadrukkelijk niet-commercieel oogmerk, dat deelnemende kunstenaars en betrokkenen uit beide steden de ruimte biedt om in woord en beeld over hun werk en ervaringen te publiceren. Zo informeert de Surinoemer de 'thuisbases' in Suriname en Nederland over de voortgang, eigenaardigheden en wetenswaardigheden van het project en alles wat daar direct of indirect mee te maken heeft. De Surinoemer verschijnt in Paramaribo met een beperkte oplage in gekopieerde vorm. Voor de rest van de wereld is de digitale versie beschikbaar op: http://www.desurinoemer.net

 

KON NANGA GO/KOMEN EN GAAN

In het kader van het ArtRoPa-project was de achtste en de voorlopig laatste Surinaamse artist in residence Roberto Tjon A Meeuw van augustus tot en met oktober 2009 met zijn gezin te gast bij het Rotterdamse kunstenaarsinitiatief B.a.d. Roberto sloot zijn verblijf af met de tentoonstelling Soso Lobi die van 9 t/m 18 oktober 2009 te zien was in het Rotterdamse Centrum Beeldende Kunst.

 

PARAMARIBOSPAN

ParamariboSPAN is de naam van de tentoonstelling die ter gelegenheid van het 145-jarig bestaan van De Surinaamsche Bank plaatsvindt in en rond de voormalige directeursvilla achter het bankgebouw aan de Henck Arronstraat. ParamariboSPAN wordt op vrijdag 26 februari 2010 om 19:30 uur geopend. Bij de tentoonstelling verschijnt een jubileumboek over de recente geschiedenis van de beeldende kunst (2000-2010) en het culturele klimaat van Suriname. De opkomst van een jonge generatie kunstenaars staat daarin centraal. Check ook de blog: http://www.paramaribospan.com


In dit nummer van de Surinoemer leest u diepte-interviews met de Surinaamse 'duizendpoten' Alida Neslo en Roberto Tjon A Meeuw. Verder bijdragen van Karin Lachmising, Karel Doing en Risk Hazekamp. De redactie wenst u veel leesplezier!

 

NIETS IS TE OUD OM OPNIEUW TE WORDEN UITGEVONDEN

Alida Neslo in gesprek met Arnold Schalks

Alida Neslo (Paramaribo, 1954) noemt zich liever 'speler' dan 'actrice'. Ze studeerde theater en dans in België en Senegal. Al spelend reisde ze de wereld af. In België en Nederland werkte ze voor radio en TV. Vanaf 1993 richtte ze haar aandacht op het zoeken naar meer interculturele vormen van theateropleiding voor acteurs en dansers. Naast haar theaterwerkzaamheden zette ze zich in voor de interne en externe culturele relaties tussen Nederland, Vlaanderen en Suriname. In 2006 keerde Neslo terug naar Suriname om haar kennis te delen met, onder meer, kansarme jongeren. Ze is sinds 2007 betrokken bij het ArtRoPa-project.

Als kind hield Alida Neslo al van dans. Ze had het geluk dat haar oom choreograaf was: ze kreeg balletles, maar maakte ook kennis met Indiase en Javaanse dans. Het begrip dat er niet één klassieke dans bestond werd haar met de paplepel ingegoten. Ze groeide op in een Surinaams juristenmilieu: "Mijn vader had het altijd over rechtvaardigheid. Daarbij dacht hij niet zozeer aan zichzelf, maar vooral aan anderen. Hij vond, dat hij zonder vooroordeel voor iedereen moest kunnen werken, "Want," zo zei hij, "ik werk voor Suriname." "

Alida las kinderboeken uit Nederland en daarin zaten meisjes die allemaal op het lyceum zaten. Daar wilde ze ook naartoe. Alleen, er was in Paramaribo geen lyceum. "Uitgerekend in het jaar dat ik twaalf werd, werd in Suriname de Mammoetwet ingevoerd en daarmee een nieuw type Lyceum. Dat was fantastisch! Er was plaats voor ongeveer 200 kinderen. Je moest toelatingstentamen doen. Ik heb me zes weken lang opgesloten –wat in Suriname heel erg is– en ik heb het gehaald! We hadden docenten uit Nederland en België, maar ook drie Surinaamse waaronder de huidige president, die wiskunde gaf. Omdat wij de eerste leerlingen waren werden we van begin tot einde gevolgd. Dat gaf mij de smaak anders dan anderen te zijn."

In 1973 vertrok Alida naar Antwerpen om te studeren. De meeste Surinaamse studenten gingen naar Nederland. Omdat zij geen schaap wilde zijn koos zij voor België. "Mijn motief om te vertrekken was, plat gezegd: Weg is weg! Ik wilde weg omdat mijn vader in mij zijn opvolger zag: ik moest óók rechten studeren. Maar daar had ik helemaal geen zin in. Ik wilde advocaat SPELEN. Alleen die balletoom begreep een beetje mijn liefde voor de andere weg."

Alida heeft drie jaar braaf op de universiteit gezeten. Omdat er ergens protest moest zijn, studeerde zij geen rechten maar moderne talen en linguïstiek. "Dat is mij later nog van pas gekomen, maar toen beschouwde ik het als drie verloren jaren."

Tijdens die studie schreef Alida stukjes over Suriname voor het studentenblad. De hoofdredacteur vond dat ze veel te mooie verhalen schreef over haar land. Hij wilde linkse, boze, negatieve verhalen, maar die had Alida niet. "Hij verweet me, dat mensen als ik het vaderland vergaten en de barricades verlieten. De Europeanen zouden 'ons' wel even voordoen hoe het moest. Ik heb hem toen het voor mij historische antwoord gegeven: 'Als jij later met vrouw, kind en auto gesetteld bent op het Vlaamse platteland, dan sta ik nog op de barricade!' Ik heb hem jaren later weer ontmoet. Hij zag me, werd helemaal rood en zei tegen me: 'Je hebt gelijk gehad.' Ik was en bén nog steeds bezig met de materie. Dat 'huisje, boompje, beestje' ben ik totaal vergeten."

Na haar kandidaatsexamen zei een professor tegen Alida: "Jij hoort hier niet, jij moet naar de theaterschool."

Er waren twee theateropleidingen in Antwerpen: het Conservatorium, waar de kunst van het woord uitgangspunt was en Studio Herman Teirlinck die van de beweging uitging: "Daar werd gewerkt 'vanuit den buik': niet teveel analyses, maar al improviserend meteen de vloer op gaan, kijken wat je alvast met je lichaam kunt zeggen. Pas daarna kwam het woord." Neslo koos voor Teirlinck omdat zij zijn idee, dat theater als jazz moest zijn, geweldig vond: "Je hebt een thema en iedereen krijgt de kans en de ruimte om zijn eigen weg te gaan."

In 1959 schreef Teirlinck in zijn 'Dramatisch peripatetikon': "De kunstenaar die teniet gaat heeft zichzelf verbeurd [...] Hij bleef benieuwd, gedwee, angstig naar de buitenopinie uitzien. Hij kon alleen nadoen. Hij is vee. De kunstenaar zou in de samenleving een weerstandig verzamelcentrum moeten zijn, een vreemdsoortig vorst die niet heersen wil, een man als een rots. Hoe zou hij anders kunnen dan storen? Hij is een hinderpaal." Op haar twintigste moest Alida Teirlinck's boek lezen voor een tentamen. "Ik heb er toen geen bal van begrepen, nu is het een beetje mijn Bijbel. Ik heb moeten kiezen tussen vee en hinderpaal. Ik heb voor de laatste gekozen. Die houding is intussen organisch geworden. Het heeft te maken met mijn fundamentele nieuwsgierigheid, zoals een kind een stuk speelgoed uit elkaar haalt, niet uit technische honger, maar om elke keer weer een nieuwe laag te ontdekken. Ik hou van het worden en niet zozeer van het zijn."

Terwijl Alida bij Teirlinck studeerde, heeft ze ook nog een half jaartje onder een valse naam op het Conservatorium gezeten. Je mocht niet op twee scholen tegelijk ingeschreven staan. "Ik kon van alles bedenken over de studie op het Conservatorium, maar het waren allemaal vooroordelen en dus wilde ik weten of mijn oordeel juist was. Daar ga ik heel ver in, desnoods onder een valse vlag. Ik heb me op het Conservatorium vreemder gevoeld dan in de Studio. Ik kreeg in de Studio kans om mijn eigen nis te verkennen, en dan nog steeds buitennissig te zijn. Bij Teirlinck waren we allemaal paradijsvogels dus viel dat niet zo op. Al die kleuren waren voor mij als Surinaamse natuurlijk. Ik besefte toen nog niet hoe bijzonder Suriname was daarin."

Na haar opleiding reisde Alida door Europa, Azië, Afrika en Zuid-Amerika. Dat heeft haar niet onberoerd gelaten: "Als je van de ene naar de andere plek gaat ben je emotioneel in de war. Je gaat nadenken over het concept 'thuis'. Wat is vertrouwd, wat is loslaten en opnieuw beginnen? Je komt erachter dat je niet alles hoeft weg te gooien als je opnieuw begint, maar je vult jezelf ook niet zover dat er niets anders meer bij kan. Mijn latere kunstonderwijs sluit daarop aan. Ik vind het belangrijk dat studenten consequent van context veranderen. Ik wil ze uit hun comfort zone halen. Dat heeft een enorme invloed op hun werk en levensvisie. Ze moeten elke keer een nieuwe ruimte creëren en soms begrijpen ze niet eens wat dat is. Maar al doende merken ze dat, mét hun werkruimte, hun geestelijke ruimte verandert."

Alida heeft zich altijd ingespannen om verbindingen te leggen tussen jong en oud, arm en rijk, hoog en laag. Waarover moet een bruggenbouwer in Suriname beschikken? "Wat ik door schade en schande heb ontdekt is, dat je je bevindingen niet meteen op tafel moet leggen, maar dat je eerst moet kijken en luisteren. De situatie in een jong land verandert snel en voortdurend. Je moet niet te ver vooruit plannen of populair willen zijn. In een kleine gemeenschap is het bovendien lastig om het persoonlijke van het zakelijke te scheiden. Je moet om kunnen gaan met mensen die niet dezelfde 'voordelige' achtergrond hebben gehad en niet hetzelfde normaal vinden als jij. Het protocol neemt vaak de plaats in van de inhoud."

Haar wens zal vervuld zijn als er structureel kunstonderwijs wordt ingevoerd op lagere en middelbare scholen: "Je brengt de jeugd een besef bij wat cultuur is, wat de verschillende disciplines zijn en dat kunst een serieus vak is. Kunstonderwijs moet kaleidoscopisch zijn: Je moet zoveel mogelijk kunstgeschiedenissen en talen onderwijzen. Kinderen van nu hebben niet alleen een nationaal maar ook een internationaal erfgoed. Daarnaast moet er aandacht aan karakterontwikkeling worden besteed: aan concentratie, training, verdieping, afzien en aan offers brengen. In Suriname meet men talent nog teveel af aan populariteit, maar karakter is veel belangrijker. In Suriname heb je ook nog geen kritische omgeving. Die ontstaat pas later. Als ik nu kritieken lees, is bijna alles 'goed'. De bedoeling is goed, maar het helpt ons niet vooruit. Wat je in Nederland kunt zeggen is in Suriname -en Vlaanderen- bot. Hoe we 'het' dan wel moeten zeggen moeten we zien uit te vinden. Er is nog een lange weg te gaan. Pas als zaken gemeengoed worden moet je oppassen dat er geen zelfgenoegzaamheid ontstaat. Je moet jezelf vragen blijven stellen. En, als je omgeving niet kritisch is, moet je zelf de discipline hebben om kritisch te zijn om te voorkomen dat je, in de woorden van Teirlinck, 'vee' wordt. Wat een beetje ontbreekt is de verwondering: het kijken naar de dingen om te proberen te doorgronden wat ze werkelijk zijn en te zeggen hebben."

Voor culturele ontwikkeling moet er aan een aantal voorwaarden worden voldaan: "Voor mij is het belangrijk, dat je geen angst hebt voor het onbekende en dat je ruimte ziet als iets mobiels. Dat je niet zegt: dit is mijn territorium en dat verandert nooit meer. Een andere voorwaarde is, dat je leert uitgaan van wat je hebt, en niet van waarnaar je verlangt. Dat is in ontwikkelingslanden een cruciaal iets."

In 2008 geeft Alida vorm aan een resocialisatieproject Beeldende Kunst en Theater met jeugdige delinquenten in het Jeugdopvoedingsgesticht Santo Boma. Dat project mondt in 2009 uit in een expositie, een boekje, een muziek CD en de live-presentatie daarvan in Theater Thalia in Paramaribo. Dat ze dat voor elkaar heeft gekregen is buitengewoon. "De jongens met wie ik op Boma werkte schaamden zich aanvankelijk om op omgekeerde emmers te drummen. Ze hadden geen percussieinstrumenten. Het was een kale omgeving met niks. Maar er is nooit helemaal niks. Je hebt altijd jezelf. Begin dan bij jezelf, waar je bent, zonder schaamte, zonder een vergelijkingsmodel in je kop. Dan kom je ergens. Dat hebben de jongens uiteindelijk ondervonden. Daarom ben ik ook zo trots op ze: ze hebben vanuit zichzelf een eerste stap gedaan voor iets waar ze in het begin niet eens in geloofden."

Een duidelijk beeld van hoe Suriname er over vijf jaar voor staat heeft Alida niet. "We zijn pas 34 jaar onafhankelijk. Op veel gebieden is nog onvoldoende stabiliteit om iets te kunnen voorspellen. Eén verkeerde persoon op een belangrijke plaats kan veel verpesten in onze kleine gemeenschap. Op het gebied van cultuur en kunsten is het voor mij belangrijk dat er mensen zijn die bereid zijn om het vormen van een eigen idee te bevechten, maar zonder agressie. Met bevechten bedoel ik strijden met intellect en vooral kunde, vandaar ook het belang van die investering in het onderwijs. In Suriname denken we automatisch pluralistisch: niet vanuit één cultuur, maar vanuit alle. Suriname zou voor mij, mede door haar unieke mix van oosterse, westerse en zuidelijke componenten, meer dan welk land in het Caraïbisch gebied een pilot kunnen zijn, een broedplaats van wat de wereld uiteindelijk kan zijn 'with nothing so old, that it could not be reinvented,' zoals Derek Walcott treffend formuleerde.

Over de toekomst van de kunstenaar is Teirlinck duidelijker: "Door dit alles begrijpt men dat de kunstenaar niet gehoorzamen kan aan anderen, noch aan zeden, wetten, machten en belangen, kortom aan geen hoegenaamde Staatsrede. [...] De kunstenaar derhalve vreest de openbare mening, hij vreest ervan te gaan houden en ze te eerbiedigen [...]. Aldus is tegelijk de kunstenaar een vereenzaamd mens, maar humaan, universeel en meer dan welke mens ook broeder van alle mensen. Hij zoekt geen zeldzaam idee, veeleer wil hij op een zeldzame, hem eigen wijze een gemeen idee brengen, gemeen aan allen, want tot allen gaat hij spreken."

Amsterdam, 30 augustus 2009

 

LET THEM TALK

In de op de volgende pagina's getoonde foto plaatst Risk Hazekamp zich in de positie van "de Ander". Ze gebruikt de beeldtaal als middel om de tegenstrijdigheden aan te tonen tussen degene die kijkt, de toeschouwer, en degene die bekeken wordt, het object, het kunstwerk en hier tevens de kunstenaar zelf. De titel van het werk 'Let Them Talk' verwijst naar de taal van de angisa, maar kan eveneens als een politiek statement geïnterpreteerd worden. De afgebeelde papieren angisa is gemaakt van de Surinaamse krant 'De Ware Tijd' en van Nederlandse kranten die in mei 2002 verschenen naar aanleiding van de moord op de flamboyante homoseksuele, rechts radicale Nederlandse politicus Pim Fortuin. Hij staat afgebeeld op de voorkant van de angisa. Met 'Let Them Talk' verbeeldt Hazekamp het kernpunt van haar werk, dat identiteit niet moet worden begrepen als een logisch en coherent geheel maar als een dynamisch proces. Risk Hazekamp woont en werkt in Rotterdam en Berlijn en is één van de deelnemers aan het ArtRoPa project. Zij verbleef een maand als artist-in-residence in Suriname in februari 2008.

 

OP ZOEK NAAR APOEKOE

Heden, verleden, feit en fictie

door Karel Doing

Vespreid over een flink lange periode werk ik aan een film met als titel: Looking for Apoekoe. De oorsprong van mijn project ligt aan de andere kant van de aardbol, in die andere ex-kolonie van Nederland; Indonesië. Toen ik in 2001 in Indonesië verbleef wisselde ik met diverse mensen van gedachte over de koloniale geschiedenis van Nederland. Opvallend was daarbij dat iedereen Suriname kende, ondanks het bescheiden formaat van dit land, en de onbekendheid van Suriname op het wereldtoneel. Tijdens datzelfde verblijf bezocht ik een archief waar een saaie tentoonstelling was, maar mijn bezoek werd verlevendigd door een kleine Javaanse die verhalen begon te vertellen over de geest van de plantagehouder die daar nog steeds rondspookte. Iets om nooit te vergeten en inspirerend voor diverse projekten die ik daarna heb ondernomen.

Terug in Nederland las ik over de Marrons of bosnegers, gevluchte slaven die een eigen maatschappij hadden opgericht in het Surinaamse oerwoud. Ook las ik over Winti en zo raakte ik gefascineerd door de bosgeest Apoekoe. In deze figuur kwam alles bij elkaar; de geschiedenis, de opstand, de cultuur en het oerwoud. Ik besloot naar hem op zoek te gaan.

Tijdens mijn eerste bezoek aan het Surinaamse binnenland kwam ik terecht in Pikinslee, een niet-gekerstend dorp waar een groep rasta's werkt aan een museum voor de bosnegercultuur. Ik werd daar gastvrij ontvangen, en mijn plan werd instemming begroet.

In het dorp heb ik zonder strak scenario gewerkt aan mijn film. Eerst heb ik met verschillende mensen gesprekken gevoerd over Apoekoe, en heb ik allerlei plekken in het dorp en in de directe omgeving bezocht. Daarna ben ik gaan filmen. Ik heb mij daarbij laten leiden door de eerder opgedane kennis en indrukken. Ik heb beelden en geluiden 'verzameld' zoals een bioloog soorten verzameld in een nieuw terrein. Daarnaast waren er beelden, situaties, personen en rituelen die ik had gezien of waar ik over had gelezen. Daaruit heb ik een selectie gemaakt, en in samenwerking met een aantal figuranten heb ik een aantal scenes geënsceneerd gebaseerd op deze kennis en waarneming.

Thuisgekomen ben ik de film gaan maken, ik heb het materiaal zijn eigen verhaal laten vertellen. Door beelden en geluiden met elkaar te combineren, en door middel van kleine filmische ingrepen, heb ik de magie proberen te vangen van deze plek. Daarbij heb ik niet uit proberen te leggen wie of wat Apoekoe nu precies is, de geest is een mysterie, een onoplosbaar gegeven. Zoals de ultra kleine deeltjes die wetenschappers bestuderen, die pas zichtbaar worden als je er bewust naar kijkt. Wat mij fascineert is de ervaring op zich, de ervaring van een plek en een samenleving die fundamenteel anders zijn dan mijn eigen omgeving.

Tijdens de komende tentoonstelling Paramaribo SPAN wil ik mijn film presenteren in samenhang met andere films die gemaakt zijn over de bosnegers en hun cultuur. Ik zal deze films bij elkaar zoeken in verschillende archieven in Nederland. In de selectie komen verschillende onderwerpen aan bod; de samenleving, de rituelen, de aanleg van het stuwmeer, de binnenlandse oorlog, de slavernij en de opstand van de gevluchte slaven. Samen vormen deze films een complex beeld van de bosneger gemeenschap. Op deze manier wil ik mijn eigen werk in een breder perspectief plaatsen, het publiek toegang geven tot beeldmateriaal dat lang niet iedereen in Suriname kent, en een bijdrage leveren aan de dialoog tussen stad en binnenland.

 

Rotterdam 16 oktober 2009

 

DE M..........R UIT B.A.D

Arnold Schalks in gesprek met Roberto Tjon-A-Meeuw

Roberto Tjon-A-Meeuw werd in 1969 in Paramaribo geboren maar groeide op in de Amsterdamse Bijlmer. Als schoolganger was hij een vrijbuiter met een honger naar avontuur. Die werd gestild toen het Nederlandse leger hem de kans bood om én buiten te zijn, én te leren, én geld te verdienen. "Het was een lekkere speeltuin, waarin je als mens mocht meepraten." Hij werkte als monteur bij de luchtmobiele brigade op VN-missie in Joegoslavië. Dat ging goed tot en met Srebrenica. Daar besefte Tjon-A-Meeuw, dat de krijgsmacht toch niet zijn wereld was. "Als ik een wapen vasthield voelde ik een kracht door mijn aderen vloeien. Het was een vorm van verliefdheid. Als ik een schot loste zat ik eigenlijk ín de loop en ging ik met de draaiing van de kogel mee. Dat gaf een kick aan mijn lichaam. Het bracht me in een zone waarin ik het heerlijk vond om een tegenstander neer te halen. Ik was een ideale soldaat. Ik vond het geniaal, dat de mens dingen kan maken die ons van het liefdespad afhalen." Hij wilde af van datgeen wat sommige mensen leek te sturen: de dark side van de oorlog. Hij stapte uit het leger en kreeg eervol ontslag.

Na zijn terugkeer in Amsterdam begon Tjon-A-Meeuw een tijdelijk bestaan als middenstander in de platen- en kledingbusiness. Het liep niet lekker. Toen dingen als chipknip en glasvezelkabel werden ingevoerd en het levenstempo versnelde, vond hij het tijd om Nederland te verlaten.

Tjon-A-Meeuw was in 13 jaar niet meer terug geweest in Suriname. Voor zijn gevoel kon hij niet gewoon de kortste weg naar Pengel Airport nemen. "Ik ben met een vriend naar Mexico gevlogen en samen zijn we in vier maanden door Centraal-Amerika naar Suriname gereisd. Als iemand me onderweg een stukje land had aangeboden om op te werken was ik gebleven, maar dat gebeurde niet. Toen ik in Suriname aankwam klikte het meteen."

In Suriname verdient Tjon-A-Meeuw zijn geld als meubelmaker, ontwerper, klusjesman, DJ en af en toe als gids in de jungle. In die bezigheden kan hij veel van zijn artistieke ideeën kwijt. Puur kunst maken is voor hem een luxe; een expositie van autonoom werk 'een uitspatting'. Toen het CBK hem in 2008 uitnodigde om naar Rotterdam te komen vroeg hij tijd om zich voor te bereiden. Op zijn verzoek plaatste het CBK hem achteraan de rij gastkunstenaars. Begin augustus 2009 trad Tjon-A-Meeuw met zijn vrouw Hester en zijn twee zoontjes Idris en Sonny aan voor een residency van drie maanden in kunstenaarsinitiatief B.a.d in de Rotterdamse wijk Charlois. "Toen ik de hal van B.a.d binnenkwam voelde ik het gelijk: Dit is de plek. De vraag was alleen: 'Welke boodschap gaan we overbrengen en hoe doen we dat?' Omdat het budget laag was, kon ik geen materiaal kopen. Ik had twee spuitsjablonen meegenomen uit Suriname. Ze zijn afgeleid van houtsnijwerk van de Marrons en van het vlechtwerk van Surinaamse stoelen. Die wilde ik verwerken in de spullen die ik in Rotterdam zou vinden." Die spullen vond hij: na twee dagen jutten was zijn atelier vol. "Een grofvuildag in Nederland is voor mij de jackpot! 80% van het werk dat op de expositie hangt is afval van de kunstenaars van B.a.d en de rest is meegenomen na een rondje lopen door Charlois. Ik heb verf gebruikt die ik heb gekregen van vrienden. Alles komt uit mijn directe omgeving. Mijn werk is gemaakt ván Rotterdam vóór Rotterdam.

Eén van de motieven die Tjon-A-Meeuw op zijn gevonden voorwerpen aanbrengt is afgeleid van traditioneel houtsnijwerk dat hij aan de voorgevel van het huis van de Granman van het Surinaamse Marrondorp Pikin Slee aantrof. Voor Marrons is het een symbool voor eenheid en liefde. Het is geen schrift maar een gevoel dat in hout gesneden is. Tjon-A-Meeuw kon een beamer lenen, waardoor hij een print van het motief twintig maal kon vergroten. Het begon te transformeren: van een analoog symbool naar 'iets digitaals'. Houtvezels werden pixels. Hij wist niet of hij daarmee spirituele wetten overtrad. "Op dat punt heb ik het werk stilgelegd. Ik heb Humphrey Schmidt van de steungroep Totomboti* in 's-Hertogenbosch gebeld en hem om advies gevraagd. Het is tenslotte zijn cultuur. Hij kwam op atelierbezoek en zei: dit symbool is bedoeld om te transformeren. Zolang de vibe van de maker positief is kan er niets misgaan, dus doe je ding. Toen is het werk dikker geworden....."

Met het werk op de expositie Soso lobi (Aleen liefde) in het Rotterdamse Centrum beeldende Kunst wil Tjon-A-Meeuw positieve energie uitzenden. Hoe controleert hij of die energie aankomt? "Ik check dat van binnen. Er is zoveel in de lucht. Je kunt dat sensen. Vanaf mijn eerste expositie zit ik in een lift off zodra het publiek binnenkomt. Het zijn de mensen, die dat naar boven brengen. Zij reageren direct positief op mijn werk en spreken met anderen over de emoties die ik in het werk heb gezet. Ik ben elke dag op de expositie gaan chillen. Ik zette muziek aan, brandde wierook. Als er mensen kwamen vond ik het heerlijk om naar ze te kijken, met ze te praten. Ik hoefde geen technische dingen te horen of te praten over diepte. Het enige dat ik wilde horen is joy. Soso Lobi is één grote bom liefde.

Ik ben, meer dan een kunstenaar, een instrument van gevoelens, een messenger. Ik geloof niet dat, als ik iets maak, het daarmee ophoudt. Ik zie mezelf als een boodschapper in oorlogstijd: Je geeft me een brief en zegt: Neem je geweer, spring op je paard, rij dwars door de linies heen en breng die brief naar de keizer! Als ik een uitnodiging krijg, dan breng ik de boodschap. Ik denk dat er in Rotterdam een mooie boodschap is overgekomen.

Als kunstenaar hoor ik te werken in de laag waarin ik zit. Iemand in B.a.d zei tegen me: 'Het CBK heeft je hierheen gebracht, maar ik ken jouw power Roberto. Kijk er omheen. Gebruik het CBK als ezel, chill ermee, maar er zijn belangrijker koppelingen te maken.' En dat is gebeurd. Ik heb geen galeries bezocht. Ik heb troopers gezocht die hun stad en de wereld begrijpen. Daardoor kunnen we met elkaar praten. We moeten dingen maken om van elkaar te leren. Ik ben voor een team van kunstenaars, filmmakers, schrijvers en sporters dat de wereld wil redden en dat gelooft in de positieve energie van samenspraak. "

Negen jaar geleden voorvoelde Tjon-A-Meeuw de schaduwkant van de data-industrie. Het was voor hem een aanleiding om uit Nederland te vertrekken. De risico's van die geavanceerde technologie worden inmiddels duidelijk. Suriname, dat nog niet zo getechnologiseerd is, zou daarvan kunnen leren. Suriname op haar beurt gaat niet goed om met het regenwoud. Nederland en Suriname zouden kunnen samenwerken om én een verantwoorde technologische ontwikkeling én het behoud van de ruwe jungle veilig te stellen.

"Maar ik ga geen politicusje spelen. Ik spreek die taal niet. Het is pimp business. Ik kan Balkenende of Venetiaan niet omscholen. Ik kan alleen spreken door mijn schilderijen en hopen dat Balkenende of Venetiaan ooit een van mijn werken ziet en zegt: 'Dit is het! Jongens, stoppen met die houtkap! Dit is de motherfucker die de boodschap kent.' Dat is mijn droom."

Rotterdam, 20 oktober 2009

* De doelstelling van steungroep Totomboti is het zowel materieel als immaterieel ondersteunen van de ontwikkeling van kunst en cultuur in het dorp Pikin Slee.

 

SURINAME

Mijn woelig Noord

van De Gama's Zuid

mijn groen rood geel en zwart

mijn voetstap, trilling

op een kronkelend pad.

 

Mijn hoop , daad en trouw

je geeft niet thuis

en dan weer wel

je roept, stoot af

verheugt, rent snel

 

En als de hitte is bedaard

een witte straal jouw modderkust betovert

wieg ik in jouw zwoele adem

suja, suja

Suriname

Ja.

 

Karin Lachmising

(schrijversvakschool 2009, les poëzie.)

 

COLOFON

Het onafhankelijke nieuwsblad de Surinoemer werd op 15 november 2007 door Arnold Schalks in een korjaal op de Gran Rio bedacht.

Redactie: Kurt Nahar (Paramaribo), Arnold Schalks (Rotterdam)

Opmaak, eindredactie en webbeheer: Arnold Schalks

Reproductie en verspreiding papieren Surinoemer in Paramaribo: Alida Neslo

Aan dit nummer droegen bij: Arnold Schalks, Alida Neslo, Roberto Tjon-A-Meeuw, Karel Doing, Risk Hazekamp, Karin Lachmising

Reacties aan: redactie@desurinoemer.net

de Surinoemer website: http://www.desurinoemer.net

de ParamariboSPAN blog: www.paramaribospan.com

de ArtRoPa website: http://www.artropa.nl

De Surinoemer is niet gelieerd aan enige etnische groep, politieke beweging of religieuze overtuiging. Het copyright/beeldrecht op de bijdragen berust bij de schrijvers, fotografen of kunstenaars. Niets uit deze uitgave mag geheel of gedeeltelijk worden overgenomen zonder voorafgaande toestemming van de makers. De opname van bijdragen betekent niet noodzakelijk, dat de redactie het met de strekking van de inhoud eens is.

Het nieuwsblad de Surinoemer en de bijbehorende Surinoemer website worden financieel ondersteund door het Centrum Beeldende Kunst, Rotterdam.

1
desurinoemer artropa links colofon